Over Supergrover, gemiste snoeken en brilletje klaren: duik twee!
Het vroege opstaan op de zaterdagmorgen begint al bijna te wennen. Ik sta zelfs al buiten, als mijn Buddy aan komt rijden. We hebben er zin in. Marieke is een beetje gespannen, want na problemen met haar kaak, mag ze vandaag eindelijk haar eerste echte duik gaan maken.
Zonder de routebeschrijving bij de hand te hebben, rijden we de straat uit. Jullie zullen wel denken, dat kan nooit goed gaan. Maar nix is minder waar. Hoewel we ergens afslaan waar dit niet mag (lang leve het wonen in de binnenstad) en we een stukje moeten omrijden door een wegversperring (nee, dus niet door mijn navigatiekunsten), rijden we rechtstreeks naar het SDMP. Glenn, gehuld in blauwe super-Gover-cape, staat al op de parkeerplaats. Het sjouwen met de flessen went nog niet echt. Misschien moeten we eens op zoek gaan naar een flessen-sjouw-buddy of een kruiwagen. Willem waarschuwt me, dat hij de grote snoek die zich ergens in het water schuil houdt, speciaal voor mij naar de pier heeft gestuurd. Ik ben dan ook blij dat Donald weer mee het water ingaat. Ach zegt hij, die vissen zijn banger voor jou dan jij voor hen. Ja, vind je het gek met zo een pak aan. Zelfs een clownspak staat beter. Om mij extra te beschermen tegen de grote snoek, gaat ook Wendy mee het water in. Zij is in opleiding tot instructeur en dit is haar ‘stage’ duik. Marieke, mijn buddy, gaat vandaag één-op-één het water in met een andere instructeur, dus ik krijg een stand-in buddy, Melissa.
Na een buddycheck onder toeziend oog van Wendy, is het tijd om het water in te gaan. Boven water zwemmen we naar het 6 meter platform waar we een afdaling maken. Nog best lastig om recht naar beneden te zakken zeg. Als ik het platform zie, denk ik bij mezelf, waarom staat dat ding zo scheef? Het duurt even voor ik besef dat het platform niet scheef staat, maar ik. Is dit het gevolg van stikstof? Op het platform aangekomen, beginnen we met brilletje klaren. Dat is eigenlijk pure noodzaak, want mijn bril maakt weer eens water. Ik lach te veel is me gezegd, en moet wat serieuzer kijken onder water, anders blijft mijn bril vollopen. Dat brilletje klaren is nog best een kunst met een automaat in je mond. Steeds blaas ik de lucht uit via mijn mond in plaats van mijn neus, maar ja dan gaat dat water de bril niet uit. Uiteindelijk lukt het me en zie ik weer wat ik doe. Het buddybreathen gaat goed en we gaan weer even terug naar de oppervlakte.
Boven zegt Donald me dat ik wat moeilijk kan trimmen, omdat ik teveel lood bij me heb. Goh, dat denk ik nu ook elke keer als ik mijn tas moet optillen. Daar houd ik nog een hernia aan over als ik niet uit kijk. Wat minder lood vind ik een puik idee. Melissa moet nog wat extra oefenen met navigeren en zal ons naar ‘huis’ brengen. Het lijkt me sowieso wel een goed idee dat ik dat nu nog niet doe. Laat mij eerst maar goed leren navigeren boven water. Mijn taak is om op 5 meter te blijven, wat me niet echt lukt. Beginnend aan de afdaling, zink ik namelijk al snel helemaal door naar de bodem. Dat moeten we later nog maar eens oefenen. Zwemmen met zijn vieren brengt wel een risico met zich mee, want voor je het weet heb je een flipper in je gezicht. Dus ik zwem samen met Wendy, op gepaste afstand achter Donald en Melissa aan. De gele vinnen van Donald zijn hierbij een uitkomst, want door het opstuivende zand, zie je soms geen hand voor ogen. Terug bij het haventje, mag ik nog even proberen te zinken met vier kilo minder lood. Maar dan moet je niet vergeten de lucht uit je jacket te laten, anders wordt het lastig. Uiteindelijk zink ik als een baksteen, en dus mag er volgende week minder lood mee.
Tijd voor een douche. Een warme dit keer. En een kop warme chocomel zonder slagroom. Er zijn ook koeken en broodjes worst, vanwege alweer twee jarigen. Marieke vertelt me enthousiast dat ze een snoek heeft gezien, maar geeft toe dat ze het ook wel een beetje eng vond. Nee, wij hebben weer nix gezien. De snoek is blijkbaar nog niet goed afgericht door Willem. He wat jammer nou. Als een van de laatste gaan we richting huis. We komen niet eens in Lexmond of Amsterdam uit. Zie je wel ik leer het wel. Thuis plof ik op de bank en lig ik al snel te dromen. Niet over haaien dit keer.