Verslag: Liveaboard MY Juliet
Zaterdag 22 oktober De MY Juliet (een liveaboard gestationeerd in Sharm El Sheikh) heeft het genoegen twee weken achter elkaar duikers te ontvangen van GEJO. De boot is niet geheel gevuld met GEJO duikers maar al heel snel wordt duidelijk dat dat de pret niet mag drukken. In Nederland begint voor regio noord de herfstvakantie. Een tijd voor mooie lange wandelingen op nazomerse dagen met prachtig weer. De realiteit is dat de herfstvakantie begint met herfstig en zeer wisselvallig weer. Gure winderige buien wisselen af met flarden van zon en dat alles bij een temperatuur van maximaal 14 graden. Laat dat wandelen maar zitten. Met een ticket in de hand reizen we af naar Schiphol. Daar aangekomen wordt al heel snel duidelijk dat zo een beetje iedereen de bagagelimiet van 20 kilo niet echt weet te respecteren. Het minimum is zo een beetje 16 kilo (duikers met een huuruitrusting) en Rik heeft geen keuze kunnen maken en neemt zo een 33 kilo mee aan spullen. Checken we alles tegelijk in of checken we de bagage per persoon in vraag het meisje achter de balie vriendelijk? Dat we moeten bij betalen lijkt onvermijdelijk en na heel wat gesteggel en gepraat waarbij sommige de kat uit de boom kijken en anderen roepen dat we maar moeten accepteren dat we moeten bij betalen, kiezen we voor gezamenlijk inchecken. Als de bagage van de band af is gerold en een weg van 10 kilometer bagagebanden in de kelders aflegt wordt duidelijk dat Henk (een last minute boeker) met een ander vliegtuig gaat dan de rest van de groep. Oh….!? Intussen is de bagage al in het vliegtuig en hebben 7 personen nu een gezamenlijke bagagelast van een kleine 190 kilo. “he wat leuk, je hebt dezelfde naam als ik,” zegt het meisje dat Karima heet glimlachend achter de balie. Een babbeltje en wat vriendelijkheden verder staan we zonder bijbetalen van overgewicht bij douane om Nederland te verlaten. Zonder Henk want die vertrekt met een één of andere obscure maatschappij en zal zich later bij ons voegen. DE vlucht wordt uitgevoerd met Transavia en de catering is zogenaamd “Al la Carte”. Dit houtd niets anders in dat er betaald moet worden voor elke consumptie die je wenst te gebruiken. 4,5 Uur op een houtje bijten is ook niet alles dus de meesten trekken in meer of mindere mate de portemonnee. In Sharm is het 27 graden, en waait het behoorlijk. De temperatuur voelt niet als zodanig maar het is toch goed toefen in een t-shirtje. Helaas kunnen we niet gelijk de boot op maar moeten we bij Oonas divers (eigenaars van de boot) anderhalf uur wachten (op Henk) en tot de boot gereed is. Ondertussen knabbelen we wat aan babaghanouh en wat falafel.  Het is al half elf tegen de tijd dat we richting Travco marine harbor gaan en onze intrek nemen op de MY Juliet. De groep voor ons heeft duidelijk haar sporen nagelaten. Geen vieze luchten in persluchtflessen en geen vreemde boodschappen op spiegels in de cabines, maar een heuse GEJO sticker oneverwijderbaar aangebracht op een opbergkastje op het duikdek. Al snel maken we kennis met onze divemaster voor de week, Rob of aangezien er twee robben aan boord zijn nu Blondie. Blondie blijkt een uiterst gezellige jonge gast te zijn uit Engeland die een bijzonder droog gevoel voor humor heeft. Humor die door de meester wel gewaardeerd wordt en waar de duikplanningen bijzonder lollig van worden. “be careful of the water it might be wet. At least, yesterday it was.” We zijn laat aan boord dus het duurt niet lang voordat alle mensen hun kajuit hebben opgezocht om te lekker te gaan slapen en alvast voor te genieten voor de mooie week die ongetwijfeld komen gaat. Riffen en wrakken Gedurende de week maken we zo een 22 duiken. De eerste duik is zoals gebruikelijk de check out dive. Voor Blondie een goede gelegenheid om te bekijken wat voor vlees hij in de kuip heeft (zijn het werkelijk die reckless depth junkies?) en voor ons een uitstekende gelegenheid om te checken of alles het nog doet, of er genoeg lood is gekozen en of een 3 mm pak voldoende is of dat je jaloers naar diegenen kijkt die in een 7 mm pak duiken. Ras Katy, net buiten de haven van Sharm biedt hier een uitstekende gelegenheid voor. Het duikgebied zelf stelt niet zo heel veel voor. Veel dood koraal maar het is toch anders dan Maarssenveen. Meters zicht en water van 26 graden. Het zal later in de week duidelijk worden dat dit de week van de reuzenmurene wordt. Elke duik, het begint al bij Ras Katy, worden er wel een stuk of drie van deze jongens gezien. De een nog groter dan de ander. De ander heeft weer een gevaarlijker uitziende set tanden dan de een. Maar ja dat is part of the game. Maar ze zijn allemaal indruk wekkend. Het schijnt nogal eens te spoken op de Rode Zee. Feit is dat het daar zelden windstil is en dat maakt dat de golven op zee tot behoorlijk omvang kunnen worden opgestuwd. Prima zolang je het vanaf de zijlijn kunt bekijken maar het wordt een heel ander verhaal als je temidden van deze golven op een boot zit. Om deze reden worden regelmatig duiktrips naar het wrak van de Rode Zee, de Thistlegorm, afgeblazen en doet men een alternatieve site aan. Deze site noemt men “the alternatives”. Tijdens onze duik konden we ons haast niet voorstellen dat dit een werkelijk alternatief voor de Thistlegorm is. De site bestaat uit een rij koraalblokken / -naalden die weelderig begroeid zijn met zachte koralen. Daartussen veel zand. Denk daarbij een forse thermocline en je hebt het recept voor een leuke maar zeker gelijkwaardige duik. Desalniettemin: je zou toch wensen dat je dit zicht en deze watertemperaturen op Maarseveen zou hebben. De wind laat van zich weten, de kapitein twijfelt en de gasten dringen aan. Steken we over naar Sha’ab Abu Nuhas of niet. Blondie de diveguide geeft aan dat de wind ons nogal parten speelt maar we wagen de overtocht. Niet lang nadat de beschutting van de riffen aan de zijde van het Sinai schiereiland is verlaten worden golven tot behoorlijke hoogte opgestuwd. Voor sommigen is het te laat en blijkt de golfgang een garantie voor zeeziekte. Anderen zitten op de voorplecht en staren zich wezenloos op de horizon. “Hou die horizon strak, hou die horizon strak, hou die horizon strak”, blijkt een mantra te zijn met zeer geneeskrachtige werkingen. Voor de toekomst is echter de les dat we de horizon liever strak houden met behulp van stevige pillen.  Aangekomen op Sha’ab Abu Nuhas bevinden we ons letterlijk boven op een scheepskerkhof. In vroegere tijden, waarin scheepslui het moesten stellen zonder GPS en de verleidingen van alcohol minder goed konden weerstaan bleek het van tijd tot tijd zeer in de mode om je mooie grote boot in het rif van Abu Nuhas te hengsten. De Egyptenaren en Britten werden aan het denken gezet en plaatsten een baken. Maar ook dit baken werd omver getrokken. Inmiddels staat er al geruime tijd een nieuw baken en liggen er minimaal 4 wrakken op een rij. Het gaat hier om de Ghiannis D, The Carnatic, The Marcus en de Chrisoula K. De eerste drie wrakken hebben we achtereenvolgens bedoken. Napoleons, scholen vleermuisvissen, reuzenmuren, enorme 3 dimensionale stalen structuren waar je in kan, machinekamers, roest, achter gebleven lading en geschiedenis staan garant voor een serie fantastische duiken. Wat ons betreft (achteraf bezien) had het programma zo ingevuld kunnen worden dat de boot een volle dag op deze plek was blijven liggen om op elk wrak twee duiken te maken. Maar dat mocht niet zo zijn. We hebben verder gedoken op “The Barge” een onbekende schuit die zeker is van enorme hoeveelheden gevarieerd leven. Het plan op de de Rosalie Moller te duiken werd verlaten wegens de wind. Of was het de diepte van het wrak (36-53 meter). Jammer, enkelen hadden er zich zeer op verheugd om meerdere redenen. We hadden in ieder geval graag een nagenoeg ongeschonden, bedekt in enorme dekens van vis, scheepswrak bedoken en die ervaringen met elkaar gedeeld. De mooie wrakken waren gedurende deze reis niet aan te slepen. Na Sha’ab Abu Nuhas diende het wrak van The Kingston zich aan en later The Carina. Hoogtepunt van de wrakken was natuurlijk een bezoek aan de Thistlegorm. Een voormalig bevoorradingsschip voor de Engelse troepen in Noord Afrika ten tijde van de tweede wereld oorlog. In 1941 lag het schip na een lange reis en het ronden van kaap de Goede Hoop op een “veilige” ankerplaats; te wachten tot het Suezkanaal weer bevaarbaar zou zijn. Ondertussen hadden de Duitsers lucht gekregen van een het passeren van een troepentransportschip en stuurden daar een aantal bommenwerpers op af. Het troepentransport mistten zij net, maar bij het lossen van de bommen wisten zij toch nog het een en ander te raken. De Thistlegorm midden in munitieruim. Het schip is lang zoek geweest maar in de jaren vijftig wist Jaques Cousteau het schip te vinden. Volgens film en documentaire gebruikten zij hiervoor een uitgekiend zoekpatroon en sonar. Ontnuchterend was het verhaal van de kapitein dat hij in zijn jeugd de masten van het schip nog boven het water heeft zien uitsteken. Het verhaal van onze Franse zeeheld komt in een heel ander daglicht te staan. Het wrak zelf blijft een hele ervaring. Het schip staat rechtop op de zeebodem. De achtersteven door een flinke berg puin gescheiden van het middenschip en de boeg. Granaten, tanks, assen voor propellers en andersoortig wapentuig. Op het achterschip wijzen twee enorme luchtafweerkanonnen als stille getuigen en niet gebruikt naar de zeebodem. De rest van het schip, dat feitelijk een oorlogsgraf is, is een museum. De ruimen van de Thistlegorm zijn ruim toegankelijk en volgeladen met motoren, trucks, treinwagons, laarzen, geweren, granaten. Alles in het mysterieuze blauwe licht dat de ruimen door de gaten nog weet te bereiken. Iedereen is onder de indruk van dit wrak, ook de nachtduik is onvergetelijk op de Thistlegorm, maar het de trekpleister van de Rode Zee. Twintig duikboten die aanleggen op het wrak is geen uitzondering en het duiken in op en om het wrak heeft soms iets eftelingsachtigs. Niettemin het is een toppertje. Na drie duiken (we hadden er wel meer willen maken) is het tijd om verder te gaan. Na de Thistlegorm worden nog een paar fraaie duiken gemaakt op diverse riffen waarbij we regelmatig worden vergezeld door schildpadden. Een hoogtepunt vormt de laatste duikdag wanneer er drie duiken worden gemaakt bij het eiland Tiran Net om de hoek bij Sharm el Sheikh maar precies op het punt waar de golf van Aqaba en de golf van Suez bij elkaar komen. Resultaat: stijle diepe wanden en veel stroming. Groot spul hebben we nog niet gezien deze reis maar hier mogen we er aan proeven. Enorme tonijnen, een enkeling ziet een white tip rif haai (tonijnen zijn net zo groot), reuze tandbaarzen en een school grote baracuda’s. Het absolute hoogtepunt is toch wel het verschijnen van een oceanic white tip haai. Deze haaien onderscheiden zich van hun kleinere rifbroeders door een significantere grotere omvang en aanmerkelijk minder schuw. De bemanning van de boot is behoorlijk opgewonden. In het water liggen diverse groepen snorkelaars en op verschillende plaatsen schieten gele signaleringsboeien (I am in distress, I need help) het water uit. Niet voor Henk die in al zijn enthousiasme voor een “once in a lifetime” ervaring met camara en al in het water springt. De haai hapt toe naar de camera en draait nieuwsgierig rondjes rondom Henk. Uniek filmmateriaal moet dit opleveren. Foto’s zijn het bewijs van dit gebeuren, want de videocamera was onder invloed van Murphy. Men doet er verstandig aan Henk hier in de eerst komende 5 jaar niet naar te vragen. De reis wordt afgesloten met een feestelijk afscheid georganiseerd door de bemanning. De duiken waren fantastisch, de groep duikers was dat ook en we hebben topvakantie gehad. De foto’s op de website spreken waarschijnlijk voor zich. De Noord-route zal niet binnen een jaar worden georganiseerd, maar GEJO zal deze route zeker weer een keer doen. Een aanradertje voor iedereen die eens een mooie liveaboard wil doen en daar niet te ver voor wil reizen. Een reiziger aan boord van de Juliet |