’t Zweet loopt me intussen over het voorhoofd. Ik heb mijn spullen
inmiddels een keer of 6,7 uit- en ingepakt en het helpt geen zier: 20 kilo
bagage is een misdaad tegen de duikende mensheid. Moedeloos zak ik in een
stoel neer en bedenk dat dit een potentieel mooi concept is voor een real
life soap: Help mijn koffer is te zwaar, of Bagage XXL of
beter nog Obessi TAS. Ik word gered door een medereisgenote die extra
bagage gaat kopen en nog wel wat ruimte over houd, pffff.... En dus kan ik
met een gerust hart naar Schiphol vertrekken.
E-ticket zijn een hele vooruitgang. Geen tickets meer die je kunt
verliezen, gewoon een paspoort met een foto die lijkt op de klomp vlees en
bot die zich boven op je schouders bevindt en je bent binnen. Maar e-tickets
helpen niet tegen bureaucratie. De bagageregels van Transavia leveren veel
onduidelijkheid op. Maar ik ben voorbereid en heb intussen zoveel studie
verricht dat ik de dame van de balie blijkbaar overtuigend genoeg kan melden
dat overbagage echt niet van te voren aangemeld hoeft te worden maar gewoon
bij de incheckbaliemedewerker kan worden aangemeld. En de
incheckbaliewerker? Dat ben jij meid! Ja maar de regeling is veranderd! Ja,
dat is waar maar dat geldt niet voor ticket die voor 5 april geboekt zijn.
Ze zucht, kijkt nog een keer naar haar monitor en veert weer op. Ja maar
jullie hebben als groep geboekt! Ja dat is waar, maar niet via Transavia.com
en dat gelden de groepsregels niet… Ik heb medelijden met de dame want
Transavia heeft werkelijk een bijna niet te doorgronden bagageregeling
bedacht en zij moet het uitvoeren. Ze kijkt nog een keer naar de monitor en
als daar ook geen redende engel op verschijnt gooit ze de handdoek in de
ring en begint, na nog een diepe zucht, de rij met Gejo duikers in te
checken.
De douane is de volgende hindernis maar die wordt zonder problemen genomen,
zelf voor randgroepjongeren uit semi-buitenlanden zoals Friesland of
Limburg. Dus is het tijd om taxfree geld te verkwisten. Op een enkeling na
loopt de scheiding der geesten hier vrijwel gelijk met de scheiding der
sexen. De dames verdwijnen naar de hoek met smeersel, luchtjes en andere
mooimakers, terwijl ik een goeie afvaardiging van de mannen tegen het lijf
loop op de drankafdeling. Na nog een lunch bij de Mac of anderszins is het
tijd om naar de gate te gaan. Het inchecken gaat gesmeerd en als we eenmaal
klaar zitten voor de grote sprong komt onze gezagsvoerder Boogerd met de
mededeling dat ook in de luchtvaart de eurocrises heeft toegeslagen. Griekse
luchtverkeersleiders staken, waarschijnlijk voor meer salaris, een nog
lagere pensioenleeftijd én meer vakantiedagen. Maar gelukkig staken ze net
zo goed als ze belastingbetalen: meer dan 40 minuten vertraging weten ze er
niet uit te persen.
Zoals gelukkig altijd (tot nu toe in ieder geval) eindigt de vlucht in
een succesvolle landing en worden we met bussen naar de aankomsthal
gebracht. Daar kun je als ietwat meer ervaren Egypteganger altijd lachen.
Egypte kent namelijk een visumplicht. Een enorme postzegel gaat je paspoort
verrijken en op die postzegel staat met koeienletters de prijs van $15. Bij
het binnentreden van de aankomsthal staan er heel veel kleine drukdoende
mannetjes te zwaaien met A4-tjes waarop vertrouwenwekkende namen staan als
Neckermann, OAD en Sunweb. Ze proberen je mee te trekken naar de kraampjes
ook al hebben we niets met de getoonde organisatie te maken maar we laten
ons niet verleiden en rukken ons los. Als je namelijk gebruikt maakt van hun
diensten betaal je al gauw $25 voor een visum. Ze plakken het visum er
namelijk voor je in en dat is een klus die ze zeker $10 waard vinden. Naast
de entree bevinden zich echter nog een aantal onopvallende lokketten van de
Bank of Egypt en daar kun je gewoon voor $15 een visum krijgen én dan
plakken ze hem gratis in je paspoort. Een aantal medereizigers die dit
verhaal af luisteren, lopen achter ons aan tot grote ergernis en boosheid
van de druk gebarende mannetjes. De eerste vrienden zijn gemaakt!
De volgende vrienden worden gemaakt bij de immigratie. Er zijn ernstig
weinig loketten open en één van de weinig die open is moet sluiten omdat
iemand besluit een fles brandewijn te pletter te laten vallen op de witte
vloer. Het rode vocht veroorzaakt een rode vlek waar CSI Miami zijn vingers
bij af zou likken. Het te pletter laten vallen van flessen drank lijkt
trouwens een nieuwe rage te zijn want Peter (inmiddels beter bekend als
Popke) laat zijn fles rum een zelfde buiteling doen. Ik klem mijn heerlijke
Glenlivet Nadurra nog wat steviger in mijn handen als ik eindelijk door mag
lopen naar de meneer van de immigratie. Vrolijk zeg ik gedag maar de blik in
zijn ogen verteld me dat het geen goed plan is om nog meer te zeggen. Weer
een vriend erbij!
Om het hoekje, nadat je een stempel gekregen en een wazig formuliertje
afgegeven hebt, wordt het werk van immigratie ambtenaar gecontroleerd door
een collega, die zo mogelijk nog vrolijker kijkt dan zijn collega. Zo’n
binnenkomst is toch altijd een warm bad.
De bagage draait al rondjes op de band en iedereen vind zijn koffers
terug, altijd weer een geruststelling. Buiten wacht Samer, één van de
duikgids en met twee busje rijden we door het altijd sprankelende Hurghada.
Bij de Hilton Plaza worden we afgeleverd bij de boot. De tassen worden door
de aanwezige bemanningsleden aan boord getild en als wij zelf ook aan boord
klimmen worden we, na inlevering van de voor de rest van de reis overbodige
schoenen, welkom geheten door Sonja: een Columbiaanse met Zwitsers roots die
na een omzwerving langs een aantal eilanden in de Pacific weer terug is in
Egypte. We worden gebriefd over het reilen en zeilen van de boot, vullen wat
formulieren in, betrekken een hut en na een kleine proeverij van alle
flessen die de aankomsthal van Hurghada wel hebben overleefd, vertrekt de
één na de ander naar zijn hut. Morgen duiken!
We mogen uitslapen, half 8 wordt er voorzichtig op de deur geklopt. De
rest van de week zullen we rond die tijd al zo’n beetje de eerste duik
achter de kiezen hebben maar zo'n regime moet je langzaam invoeren. We gaan
op weg voor een checkout duik bij Gotu Abu Ramada. De briefing wordt op de
grote flatscreen TV gegeven. Een verademing vergeleken met de krabbels die
normaal op het whiteboard verschenen. Krabbels die over het algemeen niet
veel te maken hebben met het landschap dat zich tijdens de duik aan je
ontvouwt. De checkout duik wordt teruggebracht tot een uitloodduik omdat
Sonja vindt dat brilletje klaren, automaat wisselen of andere kunstjes niet
relevant zijn voor een groep met gemiddeld zo’n 450 duiken. De duik zelf is
prachtig: een krokodilvis ligt tussen de koraalblokken verscholen, een
roodkopmurene steekt zijn koppie net boven het rif uit, een symbiose grondel
bewaakt het fort voor zijn partner de bouwvak garnaal, anemoonvissen kruipen
weg in hun anemoon als die lompe grote duikers voorbij komen, grote scholen
met vlaggenbaarsje zwemmen met sprankelende kleuren over het rif, kortom
welkom in de Rode Zee.
Na de duik is het tijd voor beraad. De weersvoorspellingen zijn niet
best. Zon, dat gaat lukken, 30° Celsius ook nog, maar de wind baart de
kapitein zorgen. Windkracht 5 tot 6 wordt er over twee dagen voorspeldt en
dat is teveel. De planning voor deze trip was om twee afgelegen riffen, ver
op zee te bezoeken. De kapitein heeft ernstige bedenkingen of we beide
kunnen doen en dus wordt er na overleg een alternatief bedacht. Deadelusreef
gaat niets worden, Brothers wel. Als alternatief vragen we of het mogelijk
is om naar de Straat van Tiran te gaan, een riffensysteem tussen de Sinaï en
Saoedi Arabië. De kustwacht wordt gebeld, het hoofdkantoor geraadpleegd en
uiteindelijk komt de toestemming. Jammer van Deadalus maar veiligheid gaat
voor alles. Meteen na het besluit wordt de boot klaargemaakt voor de
overtocht naar de Sinaï. Zeven uur luieren, slapen of lezen. Ondanks een
stevige golfslag schieten we lekker op en rond een uur of 5 komen we aan bij
Ras Mohammed, het uiterste puntje van de Sinaï. We varen voorbij Sharm El
Sheik en ankeren bij Gordon Reef, één van de vier riffen die keurig op een
rij de Straat van Tiran blokkeren. Dat ze erg in de weg liggen voor de
scheepvaart mag blijken uit het feit dat twee riffen gekroond zijn met een
wrak dat zich te pletter heeft gevaren tegen het rif.
We maken ons op voor een nachtduik vanaf de boot. Die is vanaf het begin
prachtig: schildpadden, beerkreeften, garnalen in alle kleuren en maten,
sepia’s en natuurlijk koraalduivels! Onze lampen verlichten hun prooi
terwijl zij zelf in de schaduw van de duiker dichterbij sluipen. Lastig
bijkomstigheid is dat hun rugvinnen getooid zijn met stekels voorzien van
een akelig gif. Paranoia wordt je er van maar het levert ook wel weer
spectaculaire beelden op. Een koraalduivel ziet zijn kans schoon en
verschalkt in het schijnsel van de lampen van Rik en Cyriel een vis die
bijna even groot is als hijzelf. Dat pakt dan ook niet goed uit en na wat
worstelen wordt de prooi weer uitgespuugd. Terug aan boord is het diner
klaar en is het zaak om niet te laat naar bed te gaan, de tijd van uitslapen
is voorbij: morgen 6 uur op….
Het ijzeren ritme van een liveaboard begint zich al snel af te tekenen.
Slapen, duiken, eten, luieren, duiken, eten, luieren, duiken, eten… De
briefing van Sonja zijn uitstekend. Ze voorspelt feilloos de plaatsen waar
stroming gaat ontstaan, ze weet welk soort vissen er te zien zijn, ze gaat
altijd met de eerste boot mee, gaat altijd als eerste te water om met eigen
ogen de stroming te checken. En de bemanning is ook prima. De
zodiakbemanning heeft maar een half woord nodig: of je nu last hebt van je
schouder en daar dus niet aan opgetild wilt worden of als je camera vast zit
aan je acculamp, als ze het eenmaal gezien hebben weten ze het de rest van
de week. Het eten is ook prima. Na 1 dag is het woord “spiegelei” al een
standaardterm in de keuken geworden en na elke duik staat er altijd iemand
met een blad voor afterdive sapjes klaar. En je duikspullen mag je aanraken
maar alleen tijdens het duiken. Je eigen uitrusting uit de zodiac pakken,
zelf je pak over je schouders trekken, je vest aan trekken? Zodra je een
beweging richting een uitrustingsstuk maakt, staat er iemand paraat om je te
helpen.
De zodiacs worden aan het begin van de duik altijd voorzichtig beladen
met duikers. De grote boot danst behoorlijk in de golven en de zodiac doet
dat ook maar niet het zelfde dansje. In de zodiac staan twee bemanningsleden
en op het duikdek nog eens twee zodat iedereen veilig in kan stappen. De
duikgidsen moeten zichzelf zien te redden maar daar is SuperGlenn! Hij staat
op en helpt Sonja de zodiac in terwijl hij haar toeroept: welcome aboard
Granny! Een koosnaampje dat ze de rest van de trip niet meer kwijt raakt,
net zo min als dat Glenn nog van zijn koosnaam my grandson afkomt. De
flessen zijn altijd tot de nok toe gevuld met overheerlijke Nitrox (Nitrox!
Nitrox! Ooooooohhh NITROX!) zodat zelfs grootverbruikers als ik dik 60
minuten beneden kunnen blijven.
De duiken op de riffen van de Straat van Tiran zijn zeer de moeite waard.
Soms weet je niet waar je het eerst naar wilt kijken. We vallen achterover
van de zodiac, dalen af en komen bij een nogal lomp lunchende schildpad
terecht terwijl achter ons een reuzenkogelvis sloom op het zand ligt. Boven
ons schieten 4 kleppers van tonijnen door het water en vanuit de diepte komt
een grote Napoleon poolshoogte nemen, kortom je komt ogen te kort. Tot mijn
groot genoegen komen we ook heel veel spitsnuitkoraalklimmers tegen. Een
klein onderdeurtje van een vis die zich omhoog gewerkt heeft tot één van
mijn favoriete vissen want zeg nou zelf: als je zo mooi rood en wit gekleurd
bent, met een patroon waar je boter kaas en eieren op kunt spelen, je hebt
een gorgoon als huis én je mag 24 uur per dag duiken, dan heb je toch goed
opgelet tijdens de evolutie.
Aan het einde van de dag gaan we op weg naar een ankerplaats voor de
nachtduik en komen in een school dolfijnen terecht van zeker 100 dolfijnen.
Overal om de boot heen springen ze uit het water. Voor de boeg laat een
groepje zich voorstuwen door de boeggolf. Ze blijven zeker een kwartier
ronddartelen voor ze vertrekken. Als ze uiteindelijk vertrokken zijn wendt
het schip de steven en zijn we precies op tijd om de mooiste zonsondergang
van de hele vakantie te aanschouwen. De zon gaat bloedrood onder terwijl het
laatste licht over het wrak van de Louillia strijkt dat moedig stand houdt
boven op het rif. Betoverend.
Na weer een prachtige duikdag, een heerlijk diner met een overheerlijk
glaasje Egyptisch rode wijn (met een bouquet dat het midden houdt tussen
stookolie en diesel) is het weer tijd om de dag af te sluiten met een
heerlijke borrel. Sonja geeft nog even een overzicht van de komende dag.
Morgen nog 1 duik bij de Straat van Tiran en dan door naar Ras Mohammed om
vervolgens ’s avonds en ’s nachts naar de Brothers te varen. Wektijd 6 uur.
Er klinken protesten: zondag om 6 uur opstaan? De wekker zou niet voor 10
uur mogen gaan. Sonja is klaarblijkelijk gewend aan dit soort klachten want
beveelt aan om te denken dat het altijd ergens op de wereld 10 uur is…
Eén van de sterke kanten van deze bemanning is dat ze goed het ritme van
de andere duikboten snappen. Waar voorgaande duiken in eerdere vakantie bij
Shark- & Yolandareef vaak meer leken op Hoog Chagerijne op de zaterdag voor
Kerst, nu hebben we het rif voor ons alleen. En het blijft een spectaculaire
duik: een muur van 800 meter die zich kaarsrecht naar beneden stort en
vervolgens na wat hoeken overgaat in een mooi rif landschap om uiteindelijk
te eindigen in het filiaal van de Gamma dat achtergelaten is door het wrak
van Yolanda.
Dat het toch nog druk kan worden onderwater, zelfs al heb je het rif voor
jezelf, komt door de aanwezigheid van een prachtige, grote steenvis.
Achttien man/vrouw rond 1 vis is toch teveel van het goede.
Na de duik vertrekken we onmiddellijk zodat het diner al varend wordt
gegeten. Geen soep om te voorkomen dat je met vermicelli en soepballen
achter je oren weer de eetzaal verlaat. De hele nacht wordt er doorgevaren
totdat we rond een uur of 4 aankomen op de Brothers. De Brothers staan
bekend om veel stroming, veel groot “wild”, prachtig koraal maar als we
boven komen uit de slaaphut zien we dat er meer mensen zijn die dat willen
meemaken. Er liggen 12 boten op de zuidpunt van het eiland. En zo’n 800
meter naar het noordoosten ligt Little Brother met nog eens 6 of 7 boten.
De eerste duik wordt gemaakt langs de oostmuur van het eiland. De
briefing is duidelijk: zodra je de hoek van het eiland omgaat zal de
stroming stevig worden zo sterk dat je er niet tegen in kan. Dus maak je
duik af door voor de hoek langzaam terug te gaan waar je vandaan kwam en
vervolgens omhoog te zigzaggen. Termen als saai, mager, grauw zijn van
toepassing. Maar nog vervelender: het is gierend druk. Op de hoek komt
inderdaad een hele flinke stroming om de hoek gezet, dus rest er niets meer
dan terug te gaan. Maar al te ver kan dat ook niet want de stroming die je
hier gebracht heeft blijkt toch wel te stevig om tegen in te zwemmen. Er
blijft dus niets anders over dan op het puntje langzaamaan omhoog te
zigzaggen. Maar alle andere boten hebben ook deze duik besloten te maken dus
worden er steeds meer duikers naar het kleine stukje stromingsloos rif
gevoerd. Het lijkt wel een Jacuzzi.
Terug op de boot besluit Sonja het ritme nog iets aan te willen passen
want zegt ze ”I hate divers, unless they are my divers…” We gaan eerder op
pad en dat helpt. De rest van de dag maken we twee duiken op twee prachtige
wrakken die we geheel voor ons zelf hebben. De eerste Aïda ligt diep maar is
wel erg mooi om te zien. We cirkelen er omheen en laten ons vervolgens door
de stroming meedrijven langs een spectaculair mooi rif. De zon staat er vol
op, dus de kleuren spetteren er vanaf en de muur wemelt van het leven. De
tweede wrakduik is naar de Numidia. Een heel groot schip dat stijl tegen de
rifhelling op ligt. Het begint op 0 meter en eindigt op 80 meter, een voor
ons onbereikbaar diepte. Het is prachtig begroeid in de meer dan 100 jaar
dat het hier ligt.
’s Avonds is er een feestmaal, dat normaal gesproken op de laatste avond
geserveerd wordt maar omdat we morgenavond de overtocht naar Hurghada maken,
is het 1 dag naar voren gehaald. Een grote kalkoen, gepofte aardappels,
pasta, rijst en een hele rij salada’s wachten op de aanval van de hongerige
duikers
De volgende dag verkassen we naar Little Brother. Op het onchristelijke
tijdstip van 5 uur wordt de motor gestart en schommelen we naar het kleine
broertje. Daar wordt met wat passen en meten een ankerplaats gevonden en
worden we gebriefd. De eerste duik is niet spectaculair. De zon staat nog te
laag en het gehoopte grote wild zoals hamerhaaien of voshaaien zijn niet te
vinden. Dat is toch wel een tegenvaller, maar ook hiervoor geldt weer: het
is geen dierentuin.
De tweede en derde duik maken veel goed en behoren wat mij betreft tot
topduiken van de vakantie. Bij het afdalen zien we bij de punt van het
eiland een grote Napoleon op ons af komen. Hij is heel rustig en laat zich
tot op een meter afstand benaderen terwijl de kleine kraaloogje alles om hem
heen in de gaten houden. Veel tijd om er van te genieten is er niet want er
is een grijze rifhaai gesignaleerd door Bianca. Hij zwemt met zijn bek open
en laat zich al zwemmend door poetvisjes schoonmaken. De duik eindigt in een
kleine baai waar boven ons een enorme kolkende watermassa beweegt. De golven
zien er vanaf de onderkant spectaculair uit. Het lijkt alsof ze vanuit het
niets omhoog krullen en omslaan.
De derde duik is ook prachtig. Rond 11 uur staat de zon hoog aan de hemel en
dat maakt een rif zoveel mooier. Dat blijkt ook nu weer: het zachte koraal
is prachtig gekleurd en de vlaggenbaarzen en antheas zijn bijna vonken van
een kampvuur. We zien een aantal jagende tonijnen die grote onrust op het
rif veroorzaken: alle vissen kruipen dichter tegen het rif om te ontkomen
aan de killers. Niet veel later worden ze vergezeld door een aantal
dikkopmakrelen die als pijlen uit de boog rondschieten en prooi verschalken.
Alsof er zich nog niet genoeg vraatzucht bevond, ziet Tanja vanuit het diepe
blauw een grijze rifhaai opdoemen. Hij komt poolshoogte nemen bij de groep
duikers en blijft rondjes draaien voor de groep. Spectaculair! Het einde van
de duik is grappig.
Er zwemmen honderden fluitvissen als een soort
onderwater Mikado over het rif. Ze zijn enorm nieuwsgierig en gaan zelfs
boven op het hoofd van Sonja liggen.
Tijd om te verkassen. We gaan de terugtocht naar Hurghada beginnen en dat
gaat een uur of 10 duren. Sonja heeft voorgesteld om morgenavond een
fotopresentatie te houden en dus wordt een groot deel van de overtocht
gebruikt om foto’s uit te zoeken en te kopiëren. Rond 10 uur meren we af bij
Giftun eiland. Iedereen kruipt langzaam in bed, maar een kleine groep biedt
moedig weerstand tegen de slaap. Morgen is er namelijk een jarige en daar
moeten nog versieringen voor worden opgehangen. Glenn heeft eerder al lopen
smoezen met de kok en geregeld dat hij een taart gaat bakken. De kaarsjes
met de leeftijd worden afgegeven zodat ze op taart kunnen prijken. We hangen
de slingers op en blazen genoeg ballonnen op om een aanval van
decompressieziekte te krijgen. Uiteindelijk zijn we tevreden met het
resultaat en gaan naar bed.
De dag breekt weer akelig vroeg aan omdat we graag nog 3 duiken willen
maken. Dus worden we om 5.15 gewekt… De jarige Tanja wordt toegezongen in ’t
Nederland door de duikers, in het Arabisch door de bemanning en uiteindelijk
het Engels door de hele bootbevolking. Tijd om te duiken. Het is een
driftduik en die is geweldig. Op de hoek van het rif staat een stevige
stroming en het enige dat we kunnen doen is ons mee laten voeren langs al
dat moois. Rij na rij staan de gorgonen in de stroming en filteren hun
voedsel. Ze worden vrijwel zonder uitzondering bewoond door
Spitssnuitkoraalklimmers (daar zijn ze weer!). Als de rust terugkeert
doordat de stroming minder wordt zien we octopussen, napoleons, een valse
steenvis, naaktslakken (waarvan we er overigens teleurstellend weinig zien,
de Zeelandbrug levert meer naaktslakken). We redden het om terug te duiken
tot aan de boot zodat we bij bovenkomst meteen de heerlijke geur van
pannenkoeken op kunnen snuiven.
’t Is de laatste dag en dat betekent onvermijdelijk de laatste duik. Die
gaan we maken op de duikstek waar we ook begonnen waren. Een prachtige stek,
voor de kust van Hurghada. De tweede duik is wederom een prachtige duik met
als hoogtepunt een school van duizenden geelvin barracuda’s. We maken een
rondje en komen terug bij de boot. Onder de boot maken we de safetystop.
Daar is John net klaar mee en ik zie dat hij aan de onderkant van de boot,
door het wegwrijven van de aangegroeide alg, met grote letters John op
schrijft. Paul zijn buddy laat het er niet mee zitten en schrijft erachter +
Paul… En Glenn zou Glenn niet zijn als het plusteken vakkundig omgebouwd
werd tot een hartje met een pijl. Ergens op de Rode Zee vaart er dus een
boot rond waarop ware buddyliefde te zien valt. Wat een week zonder vrouw op
stap al niet kan veroorzaken…
Boven zijn inmiddels de dagboten gearriveerd en kunnen we lachen om alles
wat er zich op afspeelt. Een introduik van een meisje met een betraand
gezicht, geflankeerd door twee gidsen die elk een hand vast houden en een
derde die het geheel filmt. Of een snorkelaar van tussen de 75 en de
schijndood met een omvang die richting een zeekoe gaat. Hij staat bibberend
en sputterend op het achterdek, omringt door familie en snorkelgidesen maar
hoeveel ze ook op hem inpraten, hij durft de grote sprong niet te wagen.
Hand op zijn masker, andere hand houdt de snorkel krampachtig vast. Intussen
probeert hij te zien wat er om hem heen gebeurd (wat niet meevalt met de
volle hand over zijn masker) en daar ook nog commentaar op de te geven (wat
niet meevalt met een mond vol snorkel.) Pas na nog het monteren van een
extra zwemvest wordt hij onder lichte dwang het water in gewerkt.
De laatste briefing, natuurlijk net al voorgaande briefings van deze dag
van start gegaan door het zingen van Happy Birthday, waarschuwt voor het
voorkomen van lots of bikinifishes in all colors and sizes en inderdaad om
ons heen is het een gekrioel van snorkelaars. We worden daarom met de zodiac
aan de andere kant van het rif afgezet zodat we de grootste drukte kunnen
vermijden. Dat lukt prima en de duik is een waardige afsluiting van een
prachtige serie duiken.
Terug op de boot is het tijd om spullen te spoelen, te drogen te hangen
en tassen in te pakken. We gaan op weg naar Hurghada en in de haven is het
moment voor de grote groepsfoto. Iedereen wordt naar het voordek
gemanoeuvreerd en behalve dat er op voorstel van Sonja nog een keer of drie
gezongen wordt voor de jarige, verwordt de groepsfoto al snel in een concert
met als hoogtepunt het volkslied van de Gejo vakantie 2011: van voor naar
achter, van links naar rechts met als enige rots in de branding Rob! Die
laat zich niet gek maken en houdt de rug recht… Het laatste diner wordt een
afscheidt van de kok. Die staat zenuwachtig achter zijn luikje te loeren.
Bijna vergeet Sonja het en pas na een opmerking van Glenn kan hij zijn
enkele, door de zon gebruinde tanden bloot lachen: de verjaardagstaart. In
de vorm van een dolfijn of haai en met de kaarsje in verkeerde volgorde
erop. Een grap die hij de komend jaren niet meer kan maken zonder dat het of
geen enkel effect heeft of waarschijnlijk nog minder tanden oplevert.
Prachtig is ook het diepgemeende Habby Birthday. Dus nog maar een keer
gezongen (Tanja kijkt vanaf nu wel uit om mee te gaan tijdens haar
verjaardag)
’s Avonds worden de foto’s van iedereen via het grote scherm geshowed en
daar zitten prachtige, leuke, hilarische foto’s bij. Voor wie ze nog eens
wil bekijken: ze zijn hier te vinden XXXXX. ’s Avonds wordt Hurghada bezocht
met Sonja als gids omdat ze de hele vakantie iedereen lekker heeft gemaakt
met verhalen over een Italiaanse IJssalon en wij nou eindelijk eens wilde
controleren of de verhalen over het lekkerste ijs van Egypte waar is. Tanja
grijpt haar kans om iedereen te bedanken voor het prachtige en veelvuldige
zingen door op ijs te trakteren. Na nog een biertje en een shisha worden we
door de bus weer afgeleverd op de boot. Daar worden nog wat pogingen gedaan
om de bagagevrijheid van 20 kg niet te overschrijden door de resterende
flessen leeg te maken maar uiteindelijk komt aan deze dag ook een eind.
Van de volgende dag is eigenlijk niet veel te melden, we hangen wat rond
op het strand van Hilton Plaza, wandelen wat door de sloppen van Hurghada,
vergrijpen ons massaal aan de Burgerking gerechten op het vliegveld en
vergapen we ons aan de onwaarschijnlijke hoeveelheid meuk die in de taxfree
te koop wordt aangeboden. De terugvlucht is prima, de aankomsttijd wat
minder en als ik om half 4 mijn bed is val, voel ik mij zelf nog heen en
weer wiegen op het ritme van de boot. Dat schommelen verdwijnt gelukkig
snel, wat langer mijn evenwicht blijft verstoren is de oorwurm: van voor
naar achter van links naar rechts….
Tijd voor de conclusie (he he…)
Een prachtige vakantie met een geweldige groep, uitstekende boot en
bemanning, topduikgidsen en hele mooi duiken.