... and now for something completely different

Na iedere zomer is het weer raak: al die duikers die terugkomen van vakantie met foto's uit Bonaire, Egypte of andere tropische oorden. Foto's met vissen , naaktslakjes, octopussen en dat in alle kleuren van de regenboog. Daarbij de verhalen van aangename watertemperatuur.

Dit jaar besloot ik daar eens niet aan mee te doen en een heel andere duikstek op te zoeken.

Mijn eerste indruk van Reykjavik was niet best: Op IJsland groeiden oorspronkelijk geen bomen, dus hout om te bouwen heb je niet. Er is alleen basalt steen, dus niets om cement mee te maken (en in een land waar aardbevingen regelmatig voorkomen, moet je stenen niet al te hoog op elkaar stapelen), dus IJsland heeft geen traditie van gotische kathedralen of andere mooie gebouwen. Pas tegen de tijd dat cement en beton overzees vervoerd kon worden, is IJsland grotere gebouwen gaan maken. Ik dacht dat ik in een Oostblok stad terecht was gekomen.

De deprimerende aanblik van Reykjavik wordt meer dan goedgemaakt door de ruige en ongerepte natuur erbuiten: Binnen de afstand van een dagtrip kom je langs geysers, watervallen, lavatunnels, thermale baden, basaltzuilen (zoals je ook bij de 'Giants Causeway' in Ierland hebt) en gletsjers. Het smeltwater van de Langjökull, de op één na grootste gletsjer van IJsland, komt terecht in het natuurlijke meer Ŝingvallavatn en geldt als één van de top duiklocaties in de wereld. Om half tien 's ochtends wordt ik bij het hotel opgehaald. Een busje van dive.is met daarin één instructeur, één Canadese en ik, vertrekt naar Ŝingvallir (Ŝ is een IJslandse letter die je uitspreekt als 'th').

Net een half uurtje onderweg begin ik binnensmonds te vloeken: ik heb mijn fototoestel in het hotel laten liggen. We zijn al te ver onderweg om nog terug te gaan, maar ik zie mijn kans op een unieke kalenderfoto uit mijn handen glippen. Ik neem me voor dan maar zoveel mogelijk op de harde schijf achter mijn ogen op te slaan en de foto's te kopen die door John, de instructeur, worden gemaakt.

Ŝingvallir is niet alleen geologisch een bijzondere plaats - hier zie je de zogenaamde mid-oceanische rug boven water komen, waar de Amerikaanse en Europese continenten uit elkaar geduwd worden - het is ook een historische plaats: in het jaar 960 is op deze plaats de eerste IJslandse regering (het Alŝing) gevormd en nog steeds worden belangrijke gebeurtenissen hier bekrachtigd.

De duiktrip is inclusief de huur van een volledige uitrusting, waaronder een droogpak. Dat is geen overbodige luxe: de watertemperatuur ligt rond 1°C. Kristine, het Canadese meisje, gaat droogpaksnorkelen; John en ik gaan duiken. We stappen via een stalen trapje bij een rotsspleet het water in en meteen valt al op hoe helder het water is: het kost geen enkele moeite om de bodem te zien die tien meter dieper ligt. John en ik beginnen de duik en Kristine volgt ons aan het oppervlak. Een lichte stroming van het smeltwater vanuit de rotsen duwt ons zachtjes vooruit de rotsspleet in. We gaan een beetje op en neer in deze spleet terwijl ik me verbaas over de helderheid en het bijna buitenaardse landschap onder water. Net wanneer ik denk dat er echt helemaal geen leven onder water is, zie ik een zalm voor ons uit zwemmen. John vertelt mij later dat deze waarschijnlijk verdwaald is: hij had met de zalmentrek vertrokken moeten zijn. Nadat we door een kleine 'swimthrough' zijn gegaan, moeten we omhoog om over een stapel rotsblokken te gaan. Ik doe mijn schouder omhoog om mijn pak af te blazen en ik voel een flinke sloot ijswater door het ventiel naar binnenkomen! De rest van de duik trim ik zoveel mogelijk op mijn vest en doe alleen zoveel lucht in mijn pak als nodig is om paksqueeze tegen te gaan. Het water warmt snel genoeg op, en het de bizarre omgeving om me heen doet mij de kou snel vergeten.

Als we de rotsspleet uit komen, gaan we linksaf en komen we terecht op een ondiepe zandvlakte. Hier wordt het onderwaterlandschap pas echt onwerkelijk: Het is hier zo helder dat alleen het schaduwspel van de golven verraadt dat we onder water zijn. We klimmen het water uit en lopen over een paadje terug naar het busje. Ik kleed me om in droge kleren en we warmen ons op met koffie en koekjes en de zon. We hebben gelukkig een extra droogpak en onderpak bij ons, en ik bereid me voor om de tweede duik...

Cyriel de Grijs