GEJO Motortour 2008: De feiten en de verhalen
(Erik's versie)
(kijk hier voor de foto's)

Vrijdag - Bijna had ik het nog moeten laten afweten, de GEJO Motortour 2008. Om geen risico te lopen de motortour te missen of verstoren, besloot ik vrijdag nog snel vanuit IJsselstein naar het bijna 150 km verderop gelegen Hellendoorn te rijden, om mijn toch wel stevig lekkende uitlaat te laten vervangen. Bijna had ik het gered. Slechts 18 kilometer voor aankomst besloot mijn Honda PC800, 16 jaar oud en met zo’n anderhalve ton op de teller, de geest te geven. In een laatste doodsreutel spoot hij mij onder de koelvloeistof, begon snerpend te gillen en gaf te geest.

Maar gelukkig, de reparateur had nog wel een leenmotor staan. Een 750 cc Honda Safari. Meer geschikt voor Parijs – Dhakar dan voor de Friese Polders. Maar goed, ik was weer mobiel.

Zaterdag – Met nog een houten reet van het rijden op de geleende Honda Midlifecrisis meld ik me bij het SDMP. Het aantal motorrijders overtreft het aantal duikers. In totaal vertrekken er die ochtend acht motoren met tien berijders. Later op de dag vervoegen Jacqueline en Anita zich nog per auto bij de motorrijders.

Herman en Manon nemen onmiddellijk de koppositie. Onverstoorbaar rijdt Herman als gids langs alle plekken die we op de route hadden staan. Let wel: langs! Zo rijden we niet langs het kanaal maar door de Bijlmer, stoppen we niet in Edam en Volendam. Na zo’n anderhalf uur beginnen we ons toch wel zorgen te maken dat we al voor het goed en wel middag is het eind van de toer al bereikt hebben. Gelukkig geeft Ronald gas en gaat voorop rijden, waarmee hij H&M eindelijk weet te dwingen een stop te maken in Hoorn.

Eten

Als ware GEJO Angels parkeren we de motoren op het dorpsplein en pakken we een terrasje. Tijd voor koffie, gebak en broodjes, want we hebben immers al anderhalf uur niets meer gegeten. Het zonnetje schijnt, de koffie is sterk en de verhalen slap, dus wat wil een mens nog meer. Gebruind en gevoed bestijgen we onze ijzeren rossen weer en rijden we door de binnenstad. Een handige klusser heeft een elektriciteitssnoer over de weg gelegd. Het koppelingsstuk ligt midden op de weg, maar dat merk ik pas wanneer mijn motor met zowel het voor- als achterwiel er dwars overheen is gegaan. Heeft zo’n off the road motor toch nog zijn dienst bewezen.

Dan de afsluitdijk. Ik maak me een beetje zorgen over mijn benzineniveau. Ik heb geen flauw idee hoeveel liter er in deze tank kan, en een benzinemeter heeft deze motor niet. Maar goed, de man van wie ik hem heb geleend heeft gezegd dat er een reserve op zit, waarop ik nog een kilometer of veertig kan rijden. En een automobilist die ook voor de spoorboom bij de afsluitdijk staat weet nog te melden dat hij ook zo’n fiets heeft gehad en dat ie een 22 liter tank heeft. Ik ben gerust.

Hennie, Ronald en Bas willen even een stukje gaan laagvliegen. Rebecca ruilt van partner en gaat bij Glenn achterop zitten. Glunderend vanwege de pure luxe neemt ze plaats. Later zal ze beweren dat ze toch liever bij Bas achterop zit, maar niemand gelooft haar. De racekezen gaan er met 250 km. per uur vandoor, de ouwetjes (Ted, Hans, Eric, Glenn, H&M) tuffen erachteraan.

Net koud de dijk op begint mijn motor te pruttelen en houdt ermee op, vanwege een ONVOORZIEN TECHNISCH MANKEMENT (lees: benzine is op). Hans scoort ergens langs de dijk een lege jerrycan, Herman heeft een slangetje en Glenn heeft een grote tank. Na eerst een fikse teug benzine tot zich te hebben genomen weet Hans het kostbare vocht uit Glenns tank in de jerrycan te hevelen en naar mijn motor. Het TECHNISCH MANKEMENT (zo spreken we af het te noemen, om al te grote blamages te voorkomen) is daarmee opgelost en we vervolgen onze tocht.

Aan het eind van de afsluitdijk moeten we wachten voor een spoorboom. Dan komt er plotseling een Ducati aanscheuren die helemaal vooraan plaats neemt naast precies dezelfde Ducati van Ronald. De helm gaat af en er komt een ravissante Italiaanse onder vandaan, die een geanimeerd gesprek start met Ronald. Blijkbaar is Ronald enigszins onder de indruk van de Ducatirijdster, want bij de volgende afslag slaat het hele peloton af, behalve Ronald, die onverstoorbaar zijn weg vervolgt recht achter de Italiaanse aan. Hennie zet de spurt erin en weet de tijdelijk verblinde Ronald te achterhalen en op het juiste pad terug te brengen.

Eten 2
Het weer blijft de hele dag meezitten. Genietend ronken we door dorpjes, langs riviertjes en langs de lokale brommerclub. Eigenlijk veel vroeger dan gepland bereiken we het hotel aan de rand van Lemmer. Exact op het moment dat het peloton GEJO Angels aankomt, komt ook de materiaalwagen met Jacqueline en Anita aan. In de zon op het terras nuttigen we een stevige lunch. Dan nemen we afscheid van de niet-overnachters H&M en Hans en wordt het, na een tafeltennistoernooitje, tijd voor een dip in whirlpool, sauna en zwembad.

Eten 3

Geheel verfrist en verkwikt besluiten we dat het zo langzamerhand toch wel tijd wordt voor een maaltijd in Lemmer. Ted weet de serveerster tot blozen te brengen door een wat vrijmoedige uitwijding over de grootte van zijn .. spareribs. En de serveerster ziet de treurige oogjes van Glenn als hij verneemt dat de spareribs niet onbeperkt zijn en besluit nog een halve portie extra op zijn bord te deponeren. Glenn is als een kind zo blij, en besluit dat aan het eind van de maaltijd te bekrachtigen met het bestellen van een kinderijsje. Voldaan, vervult en rozig van tocht en diverse halve liters bier hangen we genoegzaam in de stoelen van het restaurant, waar Glenn nog een ovatie van de laatste aanwezige gasten weet te ontlokken door een virtuoze uitvoering van de vlooienmars op de piano.

Na een afzakkertje in het hotel wordt het tijd om het bed op te zoeken. Onze kamer is de enige zonder eigen bubbelbad. Die van Anita en Glenn heeft er wel een, iets waar Hennie, die in de aangrenzende kamer verblijft, ’s morgens vroeg niet echt blij mee is.

Eten 4

Het ontbijtbuffet met behalve brood en beleg ook diverse soorten eieren, spek, bonen, worst en wat dies meer zij is voldoende om de inwendige mens weer zodanig te versterken dat we de motortour kunnen voortzetten. Ik moet afhaken en direct terug naar IIsselstein, omdat ik die middag nog een feest heb in Schokland. Had ik even op de kaart gelegen waar dat precies lag, dan had ik waarschijnlijk besloten niet eerst terug te rijden naar Ijsselstein. Schokland blijkt welgeteld 28 kilometer van Lemmer te liggen. Hoe de rit verder zondag is verlopen kan ik hier dus niet verhalen. Misschien dat een van de andere toerdeelnemers deze handschoen oppakt?

Eric de Kluis