Vis latijn (deel 2)
(kijk hier voor de foto's)

Iedereen kent de discussie wel, duiken in Nederland versus duiken in het buitenland. Ik zal de laatste zijn om te roepen dat het beide even mooi is maar toch gebeurt het me met enige regelmaat dat ik ernstig onder de indruk ben van een duik in Nederland. En ik voel me zendeling genoeg om jullie daar mee lastig te vallen ;-)

Op een donderdagavond hebben Remco en ik sinds (te) lange tijd weer eens een duikdate en we besluiten naar Reeuwijk te gaan. De duikstek is lang gesloten geweest of alleen toegankelijk na het betalen van een onwaarschijnlijk hoog bedrag voor een vergunning maar nu kun je er zonder belemmeringen duiken. De parkeerplaats bij het surfcentrum was uitgestorven, een goede zaak want de duikstek is op zijn mooist zonder andere duikers. Dat komt omdat er een loodrechte “drop-off” is waardoor iedereen gedwongen wordt dezelfde route te volgen, daarbij opgeteld het feit dat er veel fijn bezinksel ligt onder de veenwand zodat je met voorgangers al snel weinig zicht hebt. Maar niet vanavond dus. We gaan via het strandje te water, voorzien van commentaar van een bejaard echtpaar: “Gaan ze nu zwemmen met al die spullen op hun rug?” en “Ik krijg het al koud als ik er naar kijk, zij liever dan ik”. Nou dat klopt, wij liever dan zij en dus verdwijnen we onderwater. De glooiende kant is één grote tuin die als een soort hoogpolig tapijt de bodem bedekt met ertussen veel kleine vis die zich veilig kan verbergen tussen de begroeiing. Na zo’n 50 meter is daar opeens de diepte. Dat klinkt stoer maar we hebben het over een drop-off naar 6 á 7 meter diepte. We laten ons zakken, zwemmen voorbij de vogelkooi en speuren de wand af, geholpen door 5,6 meter zicht, naar tekenen van leven. En die zijn er! In alle hoeken en gaten zit leven: enorme wolken minuscule zoetwatergarnalen, scholen met kleine baarsjes, af en toe doorkruist door een grote baars. Een paling slaat op de vlucht van de plotselinge overdosis licht en wringt zich in een van de gaten van het veen.Dan is daar de eerste snoek. Boven op de rand van de drop-off hangt hij doodstil als een echte sluipmoordenaar, terwijl om hem heen het jonge grut schijnbaar zonder angst voorbij zwemt. Hij laat zich makkelijk benaderen en dus maak ik wat foto's en een filmpje. Als ik te dichtbij komt heeft hij er genoeg van en gaat er vandoor. Op de terugweg hebben we de mooiste ontmoeting: na een bijna haakse bocht zweven we oog in oof met een mooie snoek en deze heeft zin in een fotosessie. We mogen tot 20, 30 centimeter dichtbij komen en terwijl Remco bij licht (met spijt dat hij z’n camera thuis heeft liggen) schiet ik een serie foto’s. Intussen is hij zo dichtbij gekomen dat ik de macrostand moet gaan activeren, maar zijne Koninklijke hoogheid besluit dat het genoeg is. Hij draait zich, kijkt me recht aan en zwemt nog dichter naar me toe. Het wordt een soort showdown: wie haakt het eerst af? Natuurlijk ben ik niet bang ;-) maar ik voel me als duiker nog altijd te gast in andermans wereld dus ik wil me laten zakken om plaats te maken, maar da’s te laat en vlak voor me, met zijn bek bijna tegen mijn masker, draait hij langs me heen en zwemt weg met een arrogantie die enkel een snoek zich kan permitteren.

Nog een voorbeeld van hoe mooi Nederland kan zijn? Afgelopen week was ik met Marcel van Baaren in de Beldert. Zicht: 10 meter… De kotter is leuk maar we besluiten door te gaan naar de cockpit omdat we die beide nog niet eerder bezocht hebben. Marcel navigeert er bijna rechtstreeks naar toe. De cockpit van een Boeing 707 ligt op zo’n 12 meter diepte en is groter dan ik gedacht had en leuk om een keertje door te duiken. Als ik in de cockpit zit, verschijnt er voor een van de cockpit raampjes een enorme school jonge baarsjes. Honderden en honderden visjes zwermen om de cockpit heen, bijna tegelijkertijd draaiend, in een soort regen van glinstering. We kijken zo’n 10 minuten toe hoe de school vis zich als een soort deken om de cockpit heen kringelt. Bijna tropisch mooi…

Maar moet je dan altijd 10 meter zicht hebben voor een mooie duik? Afgelopen zaterdag was ik voor het eerst sinds een paar weken weer eens op het SDMP. Verhalen over erwtensoep en nachtduiken overdag deden me het ernstigste vermoeden maar een duik met mijn oude vertrouwde buddy wilde ik niet laten lopen. Ok, het zicht was blijkbaar aardig opgeknapt, zo’n meter of 3 maar dit was geen Beldert. Toch wordt het een erg leuke duik. We speuren tussen de banden en vinden twee grote zoetwaterkreeften die hun scharen loom naar ons opheffen als we te dichtbij komen. In de eendenkooi hangt een knaap van een snoek. Hij hangt keurig in het midden en terwijl we een rondje om de kooi heen zwemmen, draait hij, bijna zonder te bewegen, met ons mee. We gaan op zoek naar de wrakjes, vinden ze ook nog (!) en gaan uiteindelijk via Boulevard de Saint Michel weer terug. Ik kan nog net op tijd Tanja op haar schouder tikken om te voorkomen dat ze tegen snoek nummer twee aan zwemt die vlak bij de bobslee hangt. Hij kijkt ietwat verstoord, draait een rondje, waarschijnlijk in de hoop dat we zullen vertrekken en dat doen we dan ook maar. Eenmaal terug bij de steiger kijkt vanuit de rietkraag een jong snoekje toen, nog bijna zwart met wat lichtere streepjes, terwijl we een kwalletje bestuderen die pulserend zijn weg zoekt tussen het riet.

Drie topduiken in twee weken, geen slechte score voor Nederland…

Willem

P.S. en is het dan altijd feest? Nou als ik eerlijk ben: 8 augustus, Hagenstein, 50 centimeter zicht (op de goeie momenten), een regelrechte k**duik, maar... geen bergen zonder dalen, geen zomer zonder winter....