Kompasduik Oostvoorne

(Kijk hier voor de foto's)

Dit was weer zo'n Gejo weekend om de rest van de week van bij te komen, daarom kostte het me ook een dagje extra om bij te komen voordat ik in de pen kon klimmen en mijn ervaringen van de laatste opleidingsduik aan het papier toe te vertrouwen. (dat, en het feit dat ik nog maar één glaasje Bowmore als inspiratiebron kon aanspreken)

Klokslag 8:28u vertrekt de colonne, aangevoerd door Glenn, vanuit de Liesbosch naar Oostvoorne. Het principe van carpoolen is blijkbaar nog niet bij iedereen voldoende bekend: er rijden bijna evenveel auto’s als duikers in de stoet. Misschien moet de NOB daar ook een specialty van maken.

Wat dichter in de buurt van Oostvoorne aangekomen wordt Glenn door Willem gebeld voor de precieze locatie van de duikstek. “Ik ben ook verdwaald”, is het antwoord van Glenn. Dat belooft wat voor de navigatieduik...

Niet veel later is iedereen toch gearriveerd de afslag Bergeend en begint de voorbereiding voor de duik: setjes worden opgebouwd, ‘brakwaterlood’ wordt uitgedeeld en kompassen worden ingesteld. Een lichte spanning maakt zich van het 1* klasje meester. Een uitermate dichtgespijkerde instructie van Henny voert de spanning nog verder op: “Je gaat op het kompas naar de eerste boei, schrijft het nummer dat aan je buddypaar is uitgereikt op het bordje, leest de nieuwe koers en diepte en gaat, zonder aan het oppervlak te komen, door naar de tweede boei. Hierna keer je terug naar de startpositie. Denk niet dat je er mee weg komt door even aan het oppervlak te spieken: Dit hebben we direct door!”. Oef, dat gaat nog niet meevallen.

We waden door de eerste 100 meter naar de plek waar het diep genoeg is om echt te duiken en trekken daar de vinnen aan. (Ik hoorde vandaag de tip dat je je vinnen moet laten aantrekken door je buddy en andersom: da’s makkelijker dan elkaars schouder vastpakken en hinkelend lopen pielen met dat riempje. Volgende keer eens proberen)

Eenmaal onder het wateroppervlak denk ik direct terug aan de winter: Zo ziet erwtensoep er dus uit wanneer je je hoofd er in steekt: het buddylijntje was geen overbodige luxe. We zetten koers naar de eerste boei en schakelen al snel op naar de vijfde versnelling. Geen slimme keuze blijkt snel genoeg: We zitten op 10m diepte en zien de bodem niet meer: te ver dus: we stijgen op in de hoop dat Henny even niet kijkt. Het hoofd van Sjoerd steekt naast de boei boven het water uit en roept naar ons dat we de boei voorbij zijn. Bijna recht achter dit hoofd zien we de positie waar de duik begon: we hebben het doel dus op ongeveer één meter gemist. Henny ziet ons niet: we laten ons zakken tot het einde van het lijntje om ons nummer op te schrijven... Ons nummer...? Euh, die hebben we niet gekregen! Bij gebrek aan eigen nummer dan maar het nummer van koppel no 3 opgeschreven. (je had er dus mee weg kunnen komen, Kim!)

Op naar de tweede boei. Nu blijkt het verschil tussen uitgelood zijn in zoet water en in brak water. Het buddylijntje kan gelukkig ook gebruikt worden om naar beneden getakeld te worden. Een illusie armer en een ervaring rijker zwemmen we terug naar de kant. Gelukkig blijkt het eindoordeel over onze duikvaardigheid positief: Joepie! We zijn gebrevetteerd!

Het moet vermeld worden: het is een ware prestatie dat dit klasje door de hele opleiding gesleurd is. Een prestatie van de instructeurs wel te verstaan; instructeurs die hun vrije vrijdagavond en zaterdagochtend keer op keer hebben opgeofferd om dit stelletje jonge honden te leren zichzelf onder controle te houden en veilig te duiken. Een klein bedankje is hiervoor zeker van z’n plaats: De begeleiders van het 1* klasje van het voorjaar van 2007 mogen zich nu eigenaar noemen van een heuse Duo Duracell Gejo-eend en een professioneel vervaardigd trofee als memento van deze verdienste.

Een leegte maakt zich van me meester: De opleiding is voltooid. Wat moet ik nu doen als ik aan het duiken ben: maskertje klaren, reddingsprocedure en buddybreathen hoeft allemaal niet meer. Ga ik me niet vreselijk vervelen onder water?

Het antwoord dient zich al snel genoeg aan: de tweede duik in Oostvoorne heeft slechts een iets beter zicht, maar een super-ontspannen gevoel maakt zich van me meester: Ik blijf met plezier hangen boven grondeltjes van niet meer dan 4 cm, onderzoek mysterieuze graafsporen en eindig met een ‘halve meter duik’ omdat we te lui zijn om dat stukje te lopen. Heerlijk!

Onder de skyline van de zware Rotterdamse industrie genieten we nog even van een paar McShakes en McFlurries voordat we de terugtocht aanvaarden.

Haiku

Een snoek in het riet
Verplaatst zich, ietwat verstoord
Heimwee naar het meer.

Cyriel de Grijs