| | Een droevig verhaaltje (maar gelukkig met een happy end)
Die zaterdagochtend ging de wekker al weer vroeg af. Heel vroeg, zeker na een gezellig vrijdagavondje zoals gisteren. Maar goed, de plicht riep en terugroepen had geen zin. Daarbij, ze hield van haar werk, bedacht ze zich bij haar eerste sigaretje van die morgen. Straks stond ze weer achter de bar van het duikcentrum als keizerin van de koffie, koningin van de kroketten, freule der frikadellen en dienares der duikers. Alleen de laatste paar keer. Ja, het was nog steeds leuk, ze genoot nog steeds, maar toch…. De laatste tijd lieten steeds meer duikers spullen op het duikcentrum slingeren. Nu zou je zeggen, jammer voor die duikers. Maar nee, uit louter plichtsbesef, verantwoordelijkheidsgevoel en meelij met haar duikertjes die straks weer schreiend aan de telefoon zouden hangen en zouden uitsnikken: ‘Greet, zeg me, heb jij misschien die linkerhandschoen, die rechterduikschoen, mijn mooie snorkel, mijn geliefde duikcomputer….?’, nam ze keer op keer de vergeten, verlaten en verloren zaken mee naar huis. Bijna altijd kon Greet dan de wanhopige duiker geruststellen met een blijde boodschap. ‘Ja jongen, het ligt hier bij mij thuis. Stopt toch met wenen. Het is al goed. Je kunt het bij mij ophalen.’ En als ze dan de diepgelukkige gezichtjes van de duikers zag die in oneindige dankbaarheid hun kleinoden kwamen halen, dan kon ze slechts tevreden zuchten en hen met een gespeeld streng gezicht toevoegen: ‘En voortaan beter op je spullen passen, hè.’ Maar de laatste tijd was er iets veranderd. Het leek wel alsof de duikers steeds meer spullen achter zich lieten slingeren. Want ach, je kon toch gewoon Greet bellen en die had de spullen dan wel voor je meegenomen. Er was zelfs iemand die doodleuk vier kilo lood achterliet, die Greet mee naar huis moest slepen! Er waren duikers die verbolgen waren dat ze de spullen zelf moesten komen ophalen!!! En er was zelfs een duiker geweest die het Greet kwalijk nam dat ze de gevonden spullen niet even had uitgespoeld!!! Op zulke momenten werd het Greet zwaar te moede. Dan kreeg ze eventjes, heel eventjes maar, visioenen wat ze met de gevonden kilo’s lood zou kunnen doen als de betreffende duiker nu voor haar stond. Maar gelukkig zakte dat gevoel al weer snel. Greet bedacht dat ze beter haar verhaal kon toevertrouwen aan een verslaggever van de Buddybriefing. Wanneer dit onvolprezen magazine haar leed in brede kring zou verspreiden, dan zouden de duikers, met schaamrood op de kaken, voortaan beter op hun spullen letten. En dan kon Greet weer met een gerust hart aan het werk, zonder na afloop van de ochtend als transportdienst voor de verlaten, verloren en vergeten duikuitrustingen te hoeven zorgdragen. En die ene enkele uitzonderlijke keer dat een duiker toch nog iets vergat, dan zou Greet de hand over het hart strijken en het kostbare kleinood een veilig onderkomen bieden tot de duiker en zijn uitrustingstuk weer verenigd konden worden. ‘En voortaan beter op je spullen passen, hè,’ zou Greet dan zeggen. En zo geschiedde. | |